De witte els, grauwe els of grijze els (Alnus incana) is een boom die behoort tot de berkenfamilie (Betulaceae). De boom komt van nature voor in Noord- en Midden-Europa, Noord-Amerika en West-Aziƫ.

De boom kan tot 15(25) m hoog worden en heeft een grillig gevormde stam. De piramidale, afgeronde kroon is half open. De gladde bast is grijs en de zeer kort gestelde knoppen hebben en blauwachtige kleur. Het iets grijsgroene blad is eirond tot langwerpig eirond, heeft een dubbel gezaagde bladrand en een spitse top. Het jonge blad is dicht behaard en is bezet met papillen.

De witte els is eenhuizig. De boom bloeit in februari en maart. De geel gekleurde, mannelijke katjes hangen, terwijl de kleine, roodgekleurde, vrouwelijke katjes rechtop staan.

De gevleugelde vrucht is een nootje. Het zaad is rijp in oktober en november.

De boom komt voor in loofbossen op kalkhoudende, vrij natte tot vochtige grond. De soort kan ook goed op droge grond gedijen.

Het hout is zacht en fijn, met een regelmatige tekening, en goed te bewerken. Buiten is het niet duurzaam, tenzij continu onder water (vroeger werden er wel heipalen van gemaakt). Het hout van de witte els is lichtbruin tot geel van kleur en er zitten, regelmatig verdeeld, kleine spiegels in het hout. Het glanst daardoor een beetje.

(tekst: , foto: Nikanos, Wikimedia Commons)